Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Navigatie

Navigatie
Menu de navigation
U bent hier: Home / Loisirs / Toerisme / Toerisme website / Erfgoed / Steengroeves
Document acties

Steengroves

De Vallei van Bocq van Yvoir te Spontin, kende en kent nog steeds een belangrijke activiteit van ontginning van steengroeves.
 
De gesteenten die ontgonnen worden in de Vallei van Bocq zijn voornamelijk " ZANDSTEEN ", ontgonnen in de geologische laag van Montfort, en, in mindere mate, " BLAUWSEL ", ook " KLEINE GRANIET VAN DE VALLEI VAN BOCQ " genaamd.
Deze gesteenten worden al lang ontgind in de vallei, aangezien de gebouwen uit de XVIIde en XVIIIde eeuw gemaakt zijn uit deze materialen.  We kunnen echter aannemen dat deze ontginning occasioneel was en enkel beantwoordde aan de lokale noden.

De belangrijke industriële activiteit van de steengroeves werd ontwikkeld in Yvoir vanaf 1860, door Mijnheer Alfred DAPSENS. Mijnheer Dapsens begon eerst met de ontginning van de vulkanische slakken van de hoogovens van de vallei, op de weg van Charlerloi, om opnieuw gesmolten te worden in de cokesoven.
De eerste belangrijke activiteit van de steengroeve van Yvoir is de ontginning van blauwsel (pierre bleue) in de steengroeve van St-Roch, die nog steeds gebruikt wordt en zich links van de rue du Redeau bevindt, tussen het kasteel van Yvoir en de oude burelen van de steengroeves.
De uitbreiding van de zandsteengroeves te Yvoir situeert zich links en recht van de Bocq en is zeer snel en belangrijk voor de productie van straatstenen.  Alfred Dapsens is de aannemer voor de levering van straatstenen in verschillende grote steden: Brussel, Gent, Brugge, Verviers en buitenlandse steden als Parijs, Berlijn en Cracovie.

De ontginning is ook een succes voor de inwoners van Yvoir die er een betrouwbare bron van werk vinden; in deze eeuw werden er 500 arbeiders (waarvan 300 noppers van zandsteen) tewerkgesteld in Yvoir waar de ontginning zich uitstrekt over 18 zones.

Gezien de snelle uitbreiding van deze steengroeves, werd Mijnheer Dapsens verplicht om een transportmiddel te voorzien om de goederen te vervoeren naar de uithoeken van de spoorweg van Noord-België en ook tot aan de Maas. Zo werd er in 1876 een kleine spoorweg gebouwd.  Deze spoorweg werd al snel te klein en werd in 1882 dan ook vervangen door een grotere en belangrijkere variant.  In 1884 verschijnt de eerste locomotief op deze privé-lijn. Daarvoor werden de wagons aangedreven door paarden.

Momenteel ontginnen de Dapsens steengroeves nog steeds de steengroeve van blauwsel in St-Roch, waarvan de blokken in stukken gesneden worden om er natuursteen van te maken en de steengroeve "Grès d'Yvoir" (zandsteen van Yvoir) waarvan de blokken herwerkt worden tot straatstenen en tegels evenals breukstenen en randstenen voor de bouw.
 
          ----------   ----------   ----------
 
Bij het verlaten van de Dapsens steengroeves en het terugkeren naar de Vallei van Bocq, vinden we voor het gehucht Bauche langs rechts de oude marmergroeve van St-Edouard, waaruit een grijs gestreept marmer getrokken werd dat gebruikt werd als decoratie. Deze steengroeve werd tot het begin van de jaren zestig geëxploiteerd.

Langs de oude spoorweg van Ciney-Yvoir, onder de dorpen Purnode, Dorinne en Durnal, bevinden zich verschillende zandsteengroeves voor de productie van straatstenen met daarvan als belangrijkste de steengroeve van Fivet die aan het eind van de jaren zeventig gestopt is.

Aan het oude station van Chassin onderscheidt men de resten van de oude steengroeve van blauwsel waarvan de oude burelen en de turbine prachtig gerestaureerd werden door een Brusselse ondernemer die de hele steengroeve opgekocht heeft.
 
          ----------   ----------   ----------
 
We wandelen naar de rue de Chassin en arriveren er aan de steengroeve "Les Nutons", genaamd naar de naburige spelonk. Deze steengroeve hield zich bezig met de ontginning van graniet, met een fijnheid die identiek was aan die die ontgonnen werd in de steengroeve van St-Roch in Yvoir, en die leek op kalk.
Net zoals in Yvoir werden er ook kalkovens gebouwd om het afval te verwerken. 

Laten we een kleine parenthese inlassen om uit te leggen hoe de kalk gemaakt werd. In grote trechters voorzien van vuurvaste stenen, stort men eerst houtbundels. Men voegt er steenkool aan toe aangeleverd door wagentjes afkomstig van de spoorweg. Daarna een laag breukstenen van blauwsel, dan een laag steenkool en nog een laag stenen. De ovens branden dag en nacht. De kalk wordt opgevangen door uitmondingen die geplaatst worden aan de onderkant en vervoerd in wagens die in lange convooien naar de staalfabrieken vertrekken.
 
          ----------   ----------   ----------
 
Bij het vervolgen van de rue de Chanssin in richting van de bronnen van Spontin, komen we langs rechts twee kleine zandsteengroeves tegen die geopend werden voor de ontginning van de talrijke tegeladers.

Aan het einde van de route de Chassin vinden we langs rechts de zandsteengroeve van Marteaux, geëxploiteerd door de Dapsens steengroeves. De steengroeve produceerde mooie blokken van grijs gestreept marmer voor de fabricatie van straatstenen.
 
          ----------   ----------   ----------
 
We begeven ons vervolgens richting Spontin, tot net na de bronnen, waar zich langs rechts een zandsteengroeve bevindt: de steengroeve van Rochette.  Hier maakte men straatstenen en randstenen. Daarna komen we aan een breekmolen waarvan de producten geëxploiteerd werden door de Duitsers tijdens de oorlog van 40-45.  De steengroeve legde de activiteiten stil in 1985. De laatste exploitant was de onderneming SETIM uit Arlon.

Aan de poorten van het dorp Spontin, bevinden zich kalkovens en een steengroeve van klein graniet. Deze steengroeve heette " Grande Carrière " en werd geëxploiteerd door een zekere mijnheer Brison.

De " Grande Carrière " vernieuwde sterk. Zo hadden ze een turbine die verbonden was met de Bocq via een waterloop die zorgde voor de motorkracht. De exploitatie van deze steengroeve werd in lang vervlogen tijden reeds verloren. De stenen die er ontgonnen werden dienden voor het bouwen van het kasteel van Spontin en het Justitiepaleis van Dinant.

Wanneer we aankomen bij de eerste huizen van Spontin zien we achter de garage Matagne nog de waterloop van de oude molen. In de richting van Dinant, net voorbij het dorp Dorinne, bevindt zich nog een steengroeve van blauwsel, genaamd Le Trou des Chats.

Aangezien deze steengroeve niet voorzien werd van het water dat nodig was voor het zagen van de stenen, werd een geul opgericht bestaande uit planken die aan elkaar gespijkerd waren in een driehoek. Deze geul vertrekt aan de fontein " Terre-Madame " en doorkruiste wegen en velden om uit te lopen op de steengroeve. Deze steengroeve leverde de zuilen van de kerk van Dorinne.

Vandaag wordt de steengroeve geëxploiteerd door de firma NUTONS.

Het gaat om de laatste steengroeve van de ons circuit van Yvoir tot Spontin en wij wensen u een aangename ontdekkingstocht van deze sites waarvan enkelen nog steeds in werking zijn en waarvan anderen overwoekerd zijn.

Om meer te weten

CARRIERES DAPSENS d'YVOIR s.a.
Rue de la Gayolle, 1
5530 Yvoir
082/61.16.10 
Email : bXB5LmRhcHNlbnNAd2luLmJl 
Website : www.mpydapsens.be 

NUTONS CARRIERES s.a.
Route de la ferme de Mont
5530 Dorinne
083/69.95.81