Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Navigatie

Navigatie
Menu de navigation
U bent hier: Home / Loisirs / Toerisme / Toerisme website / Erfgoed / Architectuur / Geschiedenis van de gebouwen van het gemeentehuis
Document acties

Geschiedenis van de gebouwen van het gemeentehuis

De geschiedenis van Yvoir gaat terug op de neolitische periode toen er een silexatelier stond op de site van Tricointe.

De site van Airbois werd tijdens de Galloromeinse periode bezet. Het is op deze plek dat een onderzoeker de naam Yvoir terugvond onder de benaming HORA (Germaanse term voor moddergrond) in een van de manuscripten van de provoostambt van Poilvache waarvan Yvoir een leengoed was.

Vanaf de 14de eeuw, is Yvoir het centrum van een belangrijke ijzerindustrie. Ze bestond uit 12 steengroeves waarvan de eerste " la forge d'Yvoir genoemd werd " en de tweede " la forge d'Aminthe " Het leven in de regio sloeg een moderne richting in door de fases van welvaart en de recessie van de steengroeves. Zij stopten hun activiteiten in 1866 na de dood van de laatste eigenaar en werden omgebouwd tot molens en zagerijen. Tijdens deze eeuw werden er sluizen gebouwd en het houtskool werd vervangen door steenkool.

Terwijl de ijzerindustrie achteruit gaat, vestigt Alfred Dapsens, afkomstig uit Doornik, zich in Yvoir. Hij koopt de gebouwen van de oude meesters en exploiteert de zandsteengroeves die zeer belangrijk waren gezien hun zeldzaamheid in België.

Sinds de laatste fusie van de gemeentes in 1976, wordt Yvoir de hoofdplaats van de gemeente die 9 dorpen bevat: Evrehailles, Houx, Godinne, Mont, Purnode, Dorinne, Durnal, Spontin en Yvoir.

Het gemeentehuis, dat plaats biedt aan het administratief centrum van de gemeente bevat veel geschiedenis.

Langs het zuiden omringd door de rivier Bocq was deze oude boerderij, heerlijkheid van Yvoir en soms " cense de la Tour " of " cense féodale " genoemd, het bezit van de familie Courioule tijdens de 14de eeuw. In 1582 bekwam Louis de Corioule het domein en vanaf 1622  was het in de handen van een van zijn erfgenamen. Daarna behoorde het achtereenvolgens toe tot de families van de eigenaars van de hoogovens van Dumont, Misson en Moreau tot aan het begin van de 20ste eeuw. In 1900 werd het gebouw gekocht door de religieuse orde van Cénacle. Het werd omgebouwd tot klooster en voorzien van een belangrijke kapel.
Volgend op de overstromingen van 1926, die verantwoordelijk waren voor ziektes van de luchtwegen bij de gelovigen en zorgden voor financiële problemen, verlieten de dames (zusters) van Cénacle Yvoir. De orde genaamd missionnarissen van Scheut kocht het geheel van de gebouwen en het park in april 1927. De paters vestigden er een rusthuis. Ze verlieten Yvoir voor een meer uitgebreide plaats in Jambes en dit in 1933.
In datzelfde jaar werd het "kasteel van Moreau" gekocht door de gemeente Yvoir. Verschillende gebouwen werden in 1938 beschadigd zoals de boerderij, een deel van de kapel, religieuse bouwsels en het noordelijk stuk van de oorspronkelijke vierhoek...
Vandaag werd het geheel van gebouwen in U-vorm dat toegang gaf tot de parochiekerk (uit 1763) heringericht voor de gemeente diensten.